Coalitieakkoord 2026 - 2030: Waarom ook HR 'Aan de slag' moet
Het nieuwe coalitieakkoord dwingt HR tot scherpe keuzes
Het nieuwe coalitieakkoord ‘Aan de slag’ is nog maar net gepresenteerd, maar de impact op het HR- en payrollbeleid is nu al voelbaar. D66, VVD en CDA zetten stevig in op hervormingen die gericht zijn op snellere werk-naar-werk, minder langdurige afhankelijkheid van regelingen en een arbeidsmarkt die wendbaarder moet worden. Waar eerdere akkoorden vaak bleven hangen in intenties, bevat dit akkoord concrete ingrepen met duidelijke financiële en organisatorische gevolgen voor werkgevers. Van WW en verzuim tot flexibele arbeid en arbeidsvoorwaarden; de HR-agenda voor de komende jaren krijgt er een aantal stevige aandachtspunten bij. Voor HR betekent dat in ieder geval één ding: vooruitkijken is geen luxe meer, maar noodzaak.
Het coalitieakkoord 2026–2030 zet het HR- en payrollbeleid stevig in beweging. Maatregelen rond een kortere WW, strengere regels bij langdurige ziekte, veranderende arbeidsvoorwaarden en nieuwe kaders voor flex en inhuur hebben directe gevolgen voor werkgevers. De rode draad: minder ruimte voor afwachten en meer nadruk op doorstroom, inzetbaarheid en kostenbewust beleid. Dit vraagt van HR een actievere regierol, betere voorbereiding en duidelijke keuzes over hoe werk, ontwikkeling en inzetbaarheid samenkomen.
Een van de meest ingrijpende wijzigingen zit in de WW. Vanaf 2028 wordt de maximale WW-duur verkort naar 12 maanden. In 2030 volgt een hogere uitkering in de eerste twee maanden (80%), maar daar staat een strengere instroomeis en tragere opbouw tegenover.
Dit is geen puur sociaal-zekerheidsvraagstuk; dit raakt direct het HR-beleid. De boodschap van het kabinet is helder: langdurige werkloosheid moet worden voorkomen. Voor werkgevers betekent dit dat uitstroom niet langer een einde van het proces is. Mobiliteit, herplaatsing en tijdige scholing worden cruciale instrumenten om mensen sneller naar nieuw werk te begeleiden, binnen of buiten de organisatie.
HR krijgt hiermee nadrukkelijker een rol in reputatiebeheer, duurzame inzetbaarheid en werk-naar-werktrajecten. Niet pas bij ontslag, maar al veel eerder in de employee journey.
Ook op het gebied van ziekte en arbeidsongeschiktheid verschuift het speelveld. Het maximale dagloon voor uitkeringen gaat omlaag en per 2030 vervalt de IVA voor nieuwe instroom. Tegelijk verdwijnt in 2028 de compensatieregeling voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte.
Dat laatste is een duidelijke kostenprikkel. Waar werkgevers nu nog deels gecompenseerd worden, komt die verantwoordelijkheid straks volledig bij de organisatie te liggen. Dit vraagt om scherper verzuimbeleid, betere dossiervorming en een actievere rol in re-integratie.
Voor HR betekent dit: minder ruimte voor afwachten, meer focus op regie. Casemanagement, samenwerkingen met arbodiensten en financiële reserveringen moeten opnieuw tegen het licht worden gehouden. Niet omdat het moet, maar omdat niets doen simpelweg duurder wordt.
Arbeidsvoorwaarden: moderner, maar ook formeler
Het coalitieakkoord biedt ook ruimte. Zo komt er een wettelijke stagevergoeding en mogen werkgevers studieschuldaflossing via de werkkostenregeling (WKR) ondersteunen. Positieve ontwikkelingen, die passen bij een moderne arbeidsmarkt, maar ze vragen wel om duidelijke keuzes.
Arbeidsvoorwaarden worden daarmee formeler en gevoeliger. Wat vergoed je wel, en wat niet? Hoe leg je dit uit aan verschillende doelgroepen binnen je organisatie? Transparantie en uitlegbaarheid worden belangrijker, juist omdat de verschillen tussen medewerkers kunnen toenemen. HR krijgt hier een sleutelrol in het vertalen van beleid naar begrijpelijke communicatie. Niet alleen juridisch correct, maar ook mensgericht.
Het akkoord kijkt ook verder vooruit. Misschien wel een van de meest besproken plannen is het één-op-één mee laten stijgen van de AOW-leeftijd met de levensverwachting, vanaf 2033. Dat vraagt om een langetermijnvisie op duurzame inzetbaarheid, loopbaanontwikkelingen pensioencommunicatie.
De vraag is niet of mensen langer werken, maar hoe ze dat gezond, gemotiveerd en productief blijven doen. Hier ligt een duidelijke opdracht voor HR om werk anders in te richten en ontwikkeling structureel onderdeel te maken van het beleid.
Conclusie: HR als strategische spil
De rode draad van dit coalitieakkoord: het kabinet stuurt op beweging. Voor HR betekent dat een verschuiving van reageren naar regisseren. Minder brandjes blussen, meer vooruitdenken. Minder losse maatregelen, meer samenhang in beleid.
Juist in tijden van verandering laat HR zijn toegevoegde waarde zien. Door duiding te geven, keuzes te maken en mensen mee te nemen in wat komt. Wie nu investeert in overzicht, data en samenhang, is straks niet alleen compliant, maar vooral wendbaar. De belangrijkste boodschap van dit akkoord? Ook HR moet ‘Aan de slag’.
De toekomst van HR vraagt om samenhang binnen één geïntegreerde aanpak. Hoe je dit voor elkaar krijgt lees je in ons whitepaper "De toekomst van HR: Eén strategie voor groei, cultuur en performance".
Misschien vind je dit ook leuk
Deze gerelateerde blogs

HR in 2026: van ondersteunende functie naar strategische spil

Zo ziet succesvol HR-beleid er in 2025 uit: 5 trends om te volgen

